Wachten tot het einde van de carrière is te laat
Voor de meeste slagers komt die vraag pas in het zicht wanneer het einde van de carrière in de buurt komt. Op vijfenvijftig, op zestig. Het probleem is dat dat te laat is. Niet voor de wil om over te dragen — wel voor de waarde die de zaak tegen dan nog kan voorleggen.
Eén cijfer maakt dat heel concreet. Voor elke elf slagerijen die de komende jaren stoppen, komen er maar drie echte opvolgers. De rest zal in veel gevallen moeten sluiten, of overgaan in andere handen tegen een waarde die ver onder ligt van wat de slager voor ogen had. In Vlaanderen verdwijnt vandaag vrijwel elke week ergens een slagerij.
Waarom jonge opvolgers afhaken
Wat verklaart dat? In wat ik bij slagerijen tegenkom, komen telkens drie dingen terug.
Eén — de uren en de druk waarmee slagers leven. Zestig, soms zeventig uur per week. Avonden, weekends, kerstperiodes. De huidige generatie heeft dat ritme aanvaard, vaak met veel goesting. De jeugd kent dat ritme — het is hun ouderlijke leven geweest — en kiest er bewust niet voor. Niet uit luiheid. Wel omdat ze van dichtbij hebben gezien wat het kost.
Twee — en dit is het meest stille. Slagers beginnen vaak pas na te denken over de waarde van hun zaak op het moment dat ze willen verkopen. Dat is laat. Te laat zelfs, voor wat een zaak waardevol maakt voor een overnemer. Want dat opbouwwerk vraagt jaren. Niet maanden. Jaren. En het moet gebeuren in een periode waarin er, op het oog, geen enkele urgentie is.
Drie — marge die jaar na jaar werd misgelopen omdat ze nooit zwart op wit werd berekend. Te lage prijzen voor wat er werkelijk in zit. Eigen uren die nooit volwaardig werden meegerekend. Derving die werd weggewuifd. Tegen de tijd van de overdracht zit dat allemaal verwerkt in de boekhouding — en dus in de waarde die de zaak nog kan voorleggen.
Een zaak die alleen op jou draait, is moeilijk verkoopbaar
Maar achter die drie zit nog iets fundamentelers. Eén stille wet die niemand ons ooit heeft uitgelegd.
Hoe onmisbaarder je jezelf vandaag maakt in je zaak, hoe lager de uiteindelijke verkoopwaarde van je zaak zal zijn.
Niet omdat je slecht werkt. Het tegendeel zelfs. Maar omdat een kandidaat-overnemer ziet wat hij koopt. Als alles in jouw hoofd zit — de recepten, het buikgevoel bij klanten, de afspraken met leveranciers, de juiste handgrepen op de juiste momenten — dan koopt hij geen zaak. Dan koopt hij een risico. En dat risico kan een bank niet financieren.
Begin met bouwen terwijl er nog geen urgentie is
De slagerijen die het wél redden, doen iets dat tegen de reflex ingaat. Ze beginnen, rustig en zonder zichzelf pijn te doen, te bouwen aan een plan en een systeem waardoor de zaak stap voor stap iets beter, rustiger en eenvoudiger gaat draaien. Niet door alles tegelijk om te gooien. Wel door elke maand een stukje vast te leggen wat vandaag alleen in hun hoofd bestaat.
Dat is geen project van zes weken. Dat is een gewoonte. En precies omdat het een gewoonte is, moet je er vroeg aan beginnen — niet wanneer de overdracht in zicht komt, wel terwijl die nog tien of vijftien jaar weg is.
De waarde van je zaak ontstaat vandaag
Wie wacht tot dan, kan met geluk nog een overdracht rondkrijgen. Maar de waarde die hij dan voorlegt, is niet de waarde die hij had kunnen voorleggen als hij vroeger was begonnen. En dat verschil zit niet in de marge van enkele procenten. Het zit in een veelvoud.
De vraag is dus niet wanneer je gaat nadenken over wat met je zaak gebeurt na jou. De vraag is wat je vandaag al begint op te bouwen. Zelfs als er nog tien of vijftien jaar tussen zit.
Want wat je vandaag bouwt, werkt het langst voor jou.
Bel Kurt op 0475 27 83 21 Mail Kurt op [email protected]
Ontvang de maandelijkse Winstbrief
Schrijf je gratis in voor onze nieuwsbrieven, zonder reclame, die je écht helpen.
Ps: Deel dit met een collega-slager die klaagt dat klanten wegblijven.